| Persberichten
Kwetsbare Utrechters onder dak
december 2005
Gezamelijk persbericht van gemeente Utrecht, Utrechtse woningcorporaties
en zorgaanbieders
Voorkomen dat mensen hun huis uitgezet zullen worden door snel
problemen te signaleren en te zorgen voor begeleiding. Hulp bij
de overgang van een opvanginstelling
naar zelfstandig wonen. Passende zorg en huisvesting voor degenen die daar niet
toe in staat zijn. Dit zijn de afspraken die het college van Burgemeester en
Wethouders gemaakt heeft voor de zorg en het huisvesten van sociaal kwetsbaren
in de stad Utrecht. Uiteenlopende partijen rond wonen, zorg en opvang hebben
daarvoor de handen in elkaar geslagen. De afspraken zijn vastgelegd in het convenant Niemand
hoort op straat.
Dit convenant is op vrijdag 9 december 2005 ondertekend door de Utrechtse Woningcorporaties
(STUW), de zorginstellingen, maatschappelijke opvang, de gemeente
en AGIS Zorgkantoor. Cliëntorganisaties zijn bij de totstandkoming van dit
convenant betrokken. het bleef vandaag niet bij mooie woorden en goede intenties. In
de vroege ochtenduren plaatsten woningcorporatie Bo-Ex, het Leger des Heils en
de GG&GD de eerste steen van het hostel De Hoek voor verslaafde
dak- en thuislozen aan de Kögllaan. Dit hostel vervangt de tijdelijke voorziening
aan de Sartreweg; het eerste hostel van de stad Utrecht. Verder ondertekenen
begin volgende week woningcorporatie Portaal en de GG&GD een intentieovereenkomst
voor de realisatie van een hostel in Leidsche Rijn voor dezelfde doelgroep.
De bijzondere samenwerking heeft geleid tot een ketenaanpak van preventie, opvang
en herstel voor het wonen van sociaal kwetsbaren. Daarbij gaat het om een aanbod
van gedifferentieerde woonvormen, in combinatie met zorg en begeleiding. In het
convenant Niemand hoort op straat zijn de rollen, taken en verantwoordelijkheden
van alle betrokkenen bij de zorg en het wonen van sociaal kwetsbaren vastgelegd
tot 2010. De woningcorporaties en zorginstellingen gaan samen voorzieningen exploiteren
waarbij corporaties zorg dragen voor ‘de stenen’ en de instellingen
de zorg en begeleiding van mensen zelf ter hand nemen. Instellingen en corporaties
zijn overeengekomen dat mensen die (nog) niet zelfredzaam zijn, maar voor wie
een zelfstandige woning wel de meest passende woonvorm is, een beroep kunnen
doen op urgentie. Doel is het verbeteren van de uitstroom uit opvanginstellingen.
Corporaties hebben ook de urgentiecriteria verruimd voor zelfstandig en begeleid
wonen. Met het sluiten van het convenant Niemand hoort op straat is
een nieuwe stap gezet om de keten van huisvesting en zorg duurzaam sluitend te
maken. Dak- en thuisloze, veelal chronisch verslaafde mensen kunnen hierdoor
een menswaardiger bestaan gaan leiden.
Utrecht is landelijk voorbeeld
Goede en gedifferentieerde huisvesting is één van de pijlers voor
het verbeteren van de gezondheidssituatie van sociaal kwetsbaren. Daarbij gaat
het om mensen die op straat leven of het risico lopen op straat terecht te komen.
Om zorg en huisvesting voor iedereen in Utrecht te garanderen is de inspanning
van vele partijen nodig. Dit komt omdat de problematiek van de dak- en thuislozen
en probleemhuurders zeer complex is. De gemeente Utrecht voelde zich verantwoordelijk
voor het bij elkaar brengen van deze partijen om gezamenlijk te werken aan oplossingen
voor knelpunten in de ketenzorg voor deze doelgroep. Utrecht vervult hiermee
een landelijke voorbeeldfunctie. Aansprekende voorbeelden hiervan zijn de hostels
van het project BinnenPlaats van de GG&GD en het Groene Sticht van de Tussenvoorziening.
Een zichtbaar resultaat is dat een toenemend aantal mensen van de straat onder
dak is gebracht.

|